ECLI:NL:CRVB:2024:1778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt juiste medische beoordeling WIA maar wijst op gebrekkige arbeidskundige motivering
Betrokkene heeft een WIA-uitkering aangevraagd, die door het UWV werd geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De medische beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde beperkingen vast, neergelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Betrokkene stelde dat zij meer beperkingen had, onder meer door incontinentie en fibromyalgie, en betwistte de geschiktheid van bepaalde functies die het UWV had geselecteerd.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling juist was, maar vond de arbeidskundige motivering onvoldoende, met name voor de functies huishoudelijk medewerker gebouwen en barbediende/buffetbediende. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf het UWV opdracht een nieuwe beslissing te nemen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de juiste medische beoordeling van het UWV, oordeelt dat de functies huishoudelijk medewerker gebouwen en barbediende/buffetbediende medisch passend zijn, maar volgt de rechtbank in het oordeel dat onvoldoende is gemotiveerd dat de functie medewerker tuinbouw passend is. De Raad draagt het UWV op het gebrek in de arbeidskundige motivering te herstellen en de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw vast te stellen.
Betrokkene krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald. De Raad bepaalt dat tegen de nieuwe beslissing slechts beroep kan worden ingesteld bij de Raad zelf.
Uitkomst: Het UWV moet de arbeidskundige motivering herstellen en de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw vaststellen, terwijl de medische beoordeling wordt bevestigd.