ECLI:NL:CRVB:2024:1806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen betaalspecificaties en beslaglegging op uitkering niet-ontvankelijk verklaard
Appellante ontving een IVA-uitkering en maakte bezwaar tegen meerdere betaalspecificaties en een jaaropgave van het UWV, alsmede tegen een brief over overdracht van haar beslagdossier. Het UWV verklaarde de bezwaren tegen de betaalspecificaties en de jaaropgave niet-ontvankelijk, omdat deze geen besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het bezwaar tegen de betaalspecificatie waarop beslag was gelegd op de vakantietoeslag werd ongegrond verklaard, omdat het UWV gehouden is beslaglegging uit te voeren en appellante zich tot de civiele rechter moet wenden bij onenigheid.
De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat de betaalspecificaties geen besluiten zijn en dat het UWV terecht het beslag uitvoerde. De brief over de overdracht van het beslagdossier werd gezien als een mededeling van feitelijke aard zonder rechtsgevolg. De jaaropgave werd eveneens niet als besluit aangemerkt.
In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe gronden aangevoerd die de eerdere beoordeling zouden kunnen wijzigen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Appellante krijgt geen vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de bezwaren tegen betaalspecificaties en jaaropgave niet-ontvankelijk zijn en verklaart het hoger beroep ongegrond.