ECLI:NL:CRVB:2024:1807

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 september 2024
Publicatiedatum
19 september 2024
Zaaknummer
22/1400 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in Ziektewetzaak

Appellant heeft zich op 5 december 2019 ziekgemeld en ontving aanvankelijk een Ziektewetuitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde deze uitkering per 26 juli 2020 wegens arbeidsgeschiktheid, wat door appellant werd aangevochten. Het bezwaar tegen deze beslissing werd ongegrond verklaard. Later werd aan appellant een WIA-uitkering toegekend voor perioden vóór en na de beëindiging van de Ziektewetuitkering.

Appellant trok het hoger beroep in na toekenning van de WIA-uitkering en verzocht om een proceskostenveroordeling van het Uwv. De Raad stelde vast dat het bestreden besluit over de arbeidsgeschiktheid vanaf 26 juli 2020 niet was gewijzigd door het latere besluit. Omdat appellant met het nieuwe besluit niet was tegemoetgekomen in het geschilpunt, werd het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen.

De Raad nam het onderzoek ter zitting niet verricht en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af, conform de wettelijke bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door rechter J.D. Streefkerk in aanwezigheid van griffier S.P.A. Elzer op 18 september 2024.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen tegemoetkoming is gebleken in het bestreden besluit.

Uitspraak

Datum uitspraak: 18 september 2024
22/1400 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 6 april 2022, 21/762 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.A. Timmer, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Namens appellant heeft mr. H.S. Huisman, advocaat, het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
2. Appellant heeft zich op 5 december 2019 ziekgemeld. Met een besluit van 17 april 2020 is aan appellant een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend.
3. Met een besluit van 22 juli 2020 heeft het Uwv besloten dat appellant vanaf 26 juli 2020 geen ZW-uitkering (meer) krijgt omdat hij weer arbeidsgeschikt is voor zijn eigen werk. Met een besluit van 11 januari 2021 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 22 juli 2020 ongegrond verklaard.
4. Met een besluit van 22 februari 2024 is aan appellant een WIA-uitkering toegekend vanaf 5 december 2019 tot 27 juli 2020. Ook vanaf 8 september 2021 is aan appellant een WIAuitkering toegekend.
5. Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken naar aanleiding van het besluit van 22 februari 2024, met verzoek om proceskostenveroordeling.
6. De Raad stelt vast dat met het besluit van 22 februari 2024 het bestreden besluit, dat betrekking heeft op de arbeidsgeschiktheid van appellant vanaf 26 juli 2020, niet is gewijzigd. Inzet van de procedure was het voortduren van de uitkering na 26 juli 2020. Dat heeft appellant er niet mee bereikt. Dit leidt de Raad tot het oordeel dat met het besluit van 22 februari 2024 niet aan appellant is tegemoetgekomen. Het verzoek om een proceskostenveroordeling wordt daarom afgewezen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door J.D. Streefkerk, in tegenwoordigheid van S.P.A. Elzer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2024.
(getekend) J.D. Streefkerk
(getekend) S.P.A. Elzer