ECLI:NL:CRVB:2024:1821

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 september 2024
Publicatiedatum
24 september 2024
Zaaknummer
24/828 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak Centrale Raad van Beroep

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van de verzetsuitspraak van 28 februari 2024, waarin haar verzet tegen een eerdere uitspraak was afgewezen. De Raad heeft het verzoek inhoudelijk onderzocht en geoordeeld dat het herzieningsverzoek niet ontvankelijk is omdat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die voor de uitspraak van 28 februari 2024 niet bekend waren en ook niet redelijkerwijs bekend konden zijn.

De Raad benadrukt dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren, maar om onherroepelijke uitspraken te herstellen die berusten op naderhand onjuist gebleken feiten. De cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, Awb zijn niet vervuld, waardoor het verzoek om herziening wordt afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet in aanwezigheid van griffier A. Giesen en is uitgesproken in het openbaar op 19 september 2024.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 september 2024
24/828 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, in verbinding met de artikelen 8:108 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 februari 2024, 22/2810
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
het bestuur van Stichting Openbaar Onderwijs Amsterdam-Zuidoost Sirius , thans de Stichting Zonova (stichting)

PROCESVERLOOP

Met een uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 4 mei 2023 [1] heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 juni 2022 vernietigd, omdat de rechtbank ten onrechte op het door verzoekster ingediende herzieningsverzoek van 4 oktober 2021 heeft beslist. De Raad heeft het herzieningsverzoek in behandeling genomen als een verzoek om de uitspraak van de Raad van 29 juli 2010 [2] te herzien. Dit herzieningsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekster heeft tegen de uitspraak van de Raad van 4 mei 2023 verzet gedaan. Dit verzet heeft de Raad ongegrond verklaard met de uitspraak van 28 februari 2024 [3] . In de voorliggende procedure heeft verzoekster bij brief van 4 maart 2024 verzocht om herziening van die verzetsuitspraak.

OVERWEGINGEN

Verzoekster heeft, kort samengevat, het volgende naar voren gebracht. Volgens verzoekster heeft de Raad ten onterechte geoordeeld dat het herzieningsverzoek van 4 oktober 2021 onredelijk laat is ingediend en had dit verzoek toegewezen moeten worden.
Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
ij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en;
waren zij bij de Raad bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Volgens vaste rechtspraak [4] dient het bijzondere rechtsmiddel van herziening er niet toe om een hernieuwde discussie over de desbetreffende uitspraak te voeren of te openen, maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te herstellen. Dit kan alleen indien is voldaan aan de strikte, cumulatieve voorwaarden die hierboven zijn vermeld.
De Raad stelt vast dat verzoekster geen feiten of omstandigheden naar voren heeft gebracht die vóór de uitspraak van 28 februari 2024 hebben plaatsgevonden, die bij haar vóór die uitspraak niet bekend waren en die haar redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn, zoals bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Verzoekster beoogt een hernieuwde discussie over de zaak te voeren. Uit wat hiervoor is overwogen, volgt dat het middel van herziening daar niet voor bedoeld is.
Het verzoek om herziening moet om die reden worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 september 2024.
(getekend) Y. Sneevliet
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

Voetnoten

4.Bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 31 mei 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW7120, die in een eerdere herzieningszaak van verzoekster is gewezen. Zie bijvoorbeeld ook de uitspraak van de Raad van 22 augustus 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1652.