Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:378

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 februari 2024
Publicatiedatum
28 februari 2024
Zaaknummer
22/2810 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onontvankelijkheid herzieningsverzoek wegens te late indiening in ambtenarenrechtelijke zaak

In deze zaak heeft appellante een herzieningsverzoek ingediend tegen een uitspraak van de Raad van 29 juli 2010. De Centrale Raad van Beroep heeft eerder de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam vernietigd omdat deze ten onrechte op het herzieningsverzoek had beslist. Vervolgens heeft de Raad het herzieningsverzoek als een verzoek tot herziening van de eerdere uitspraak behandeld en dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard vanwege de late indiening.

Appellante heeft hiertegen verzet aangetekend, maar dit verzet is eveneens ongegrond verklaard. De Raad overwoog dat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een latere behandeling konden rechtvaardigen. Het herzieningsverzoek was het zesde verzoek in deze procedure en werd meer dan een jaar na de openbaarmaking van de uitspraak ingediend, wat de termijnoverschrijding onredelijk maakt.

De Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen aan appellante. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 februari 2024, waarbij alleen B.J. van de Griend als rechter aanwezig was.

Uitkomst: Het herzieningsverzoek en het verzet zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding.

Uitspraak

22.2810 AW

Datum uitspraak: 28 februari 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank van Amsterdam van 23 juni 2022, 21/5681 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het bestuur van Stichting [Stichting] (bestuur)
PROCESVERLOOP
Met een uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Awb van 4 mei 2023 heeft de Raad de aangevallen uitspraak vernietigd omdat de rechtbank ten onrechte op het door appellante ingediende herzieningsverzoek van 4 oktober 2021 heeft beslist. De Raad heeft het herzieningsverzoek in behandeling genomen als een verzoek om de uitspraak van de Raad van 29 juli 2010, 09/375 AW, te herzien. Dat herzieningsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet gedaan.
De Raad heeft het verzet behandeld op een zitting van 17 januari 2024. Appellante is verschenen. Van de zijde van het bestuur is niemand verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 4 mei 2023 berust op de overweging dat het herzieningsverzoek van appellante onredelijk laat is ingediend.
Wat appellante in verzet aanvoert geeft geen aanleiding hier anders over te oordelen. Appellante heeft geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid gesteld. Het herzieningsverzoek, het zesde verzoek in deze zaak, is meer dan één jaar na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening is verzocht, ingediend. Daarom is dit herzieningsverzoek, net als de vorige drie verzoeken, onredelijk laat ingediend.
Voor een proceskostenveroordeling in verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van I. van der Hout als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2024.
(getekend) B.J. van de Griend
(getekend) I. van der Hout