ECLI:NL:CRVB:2024:378
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Onontvankelijkheid herzieningsverzoek wegens te late indiening in ambtenarenrechtelijke zaak
In deze zaak heeft appellante een herzieningsverzoek ingediend tegen een uitspraak van de Raad van 29 juli 2010. De Centrale Raad van Beroep heeft eerder de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam vernietigd omdat deze ten onrechte op het herzieningsverzoek had beslist. Vervolgens heeft de Raad het herzieningsverzoek als een verzoek tot herziening van de eerdere uitspraak behandeld en dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard vanwege de late indiening.
Appellante heeft hiertegen verzet aangetekend, maar dit verzet is eveneens ongegrond verklaard. De Raad overwoog dat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een latere behandeling konden rechtvaardigen. Het herzieningsverzoek was het zesde verzoek in deze procedure en werd meer dan een jaar na de openbaarmaking van de uitspraak ingediend, wat de termijnoverschrijding onredelijk maakt.
De Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen aan appellante. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 februari 2024, waarbij alleen B.J. van de Griend als rechter aanwezig was.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek en het verzet zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding.