ECLI:NL:CRVB:2024:1833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering per gewijzigde datum terecht na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was sinds 2016 ziekgemeld en ontving aanvankelijk een ZW-uitkering die in 2017 werd beëindigd omdat zij volgens het UWV meer dan 65% van haar loon kon verdienen met geselecteerde functies. Na een nieuwe ziekmelding in 2019 werd zij opnieuw in aanmerking gebracht voor een ZW-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 16 juni 2020, later gewijzigd naar 19 juni 2020, omdat zij geschikt werd geacht voor de eerder geselecteerde functies.
Appellante voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, dat haar beperkingen werden onderschat en dat de geschiktheid van functies door een arbeidsdeskundige beoordeeld had moeten worden. De rechtbank en later de Raad oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, ook zonder fysiek spreekuur, en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep bevoegd was om de geschiktheid te beoordelen. Er was geen nieuwe medische informatie die de eerdere beoordeling betwistte.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het besluit van 15 oktober 2020, verklaarde het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond en bevestigde de beëindiging van de ZW-uitkering per 19 juni 2020. Tevens werd een schadevergoeding van €500 toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn van drie maanden, en werden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellante is terecht per 19 juni 2020 beëindigd na zorgvuldig medisch onderzoek; een schadevergoeding van €500 wordt toegekend wegens lichte overschrijding van de redelijke termijn.