ECLI:NL:CRVB:2024:1851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.F.E. van Olden-Smit
- S.B. SmitColenbrander
- W.R. van der Velde
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek behoud Wajong-uitkering bij permanent verblijf in Marokko
Appellant, sinds 1997 Wajong-uitkeringsgerechtigde, verzocht het UWV om zijn uitkering mee te nemen bij verhuizing naar Marokko, waar hij medische behandeling voor schizofrenie ontvangt en een sociaal netwerk heeft. Het UWV wees dit verzoek af, wat door appellant werd aangevochten.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant onvoldoende onderbouwde dat hij in Nederland geen adequate medische behandeling kan krijgen en dat de eerder verleende tijdelijke toestemming niet gelijkstaat aan een permanente ontheffing van het exportverbod. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de hardheidsclausule uitzonderlijk is en alleen bij zwaarwegende redenen en aanmerkelijk nadeel kan worden toegepast.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn situatie uniek is vanwege zijn psychische aandoening, de verstoring van zijn relatie met de Nederlandse gezondheidszorg en zijn sociale netwerk in Marokko. De Raad oordeelt echter dat appellant geen medische informatie heeft overgelegd die een langdurige, medisch geïndiceerde behandeling in Marokko rechtvaardigt die niet in Nederland kan plaatsvinden.
De Raad weegt mee dat het gevoel van veiligheid en het sociale netwerk in Marokko geen doorslaggevende reden vormen voor toepassing van de hardheidsclausule. Het hoger beroep wordt afgewezen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om met behoud van Wajong-uitkering permanent in Marokko te wonen wordt afgewezen.