ECLI:NL:CRVB:2024:1863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade en proceskosten wegens overschrijding redelijke termijn in sociale zekerheidsprocedure
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen beslissingen van het UWV omtrent een IVA-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV gewijzigde beslissingen genomen die volledig tegemoetkomen aan de bezwaren van appellante, waarna het hoger beroep is ingetrokken.
De Raad beoordeelt het verzoek om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad stelt vast dat de totale procedure vanaf ontvangst bezwaarschrift tot tegemoetkomend besluit ruim zeven jaar duurde, wat een overschrijding van de redelijke termijn van ruim twee jaar betekent.
Op grond hiervan veroordeelt de Raad de Staat tot een immateriële schadevergoeding van € 2.500,- en proceskosten van € 437,50. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 9.334,53 en griffierechten van € 350,-. De vergoeding van expertisekosten wordt gedeeltelijk toegewezen conform het Besluit tarieven in strafzaken.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming en de mogelijkheid tot vergoeding bij overschrijding van redelijke termijnen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: De Raad veroordeelt de Staat tot schadevergoeding van € 2.500,- en het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.