Uitspraak
PROCESVERLOOP
.De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
.De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Stahl-de Bruin
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een AOW-pensioen op grond van de ongehuwdennorm. Na melding dat zijn partner uit Thailand voor langere tijd bij hem wilde verblijven, stelde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een onderzoek in. Uit dit onderzoek bleek dat appellant en zijn partner vanaf 22 mei 2022 een gezamenlijke huishouding vormden, waarbij de partner op het adres van appellant was ingeschreven en bijdroeg aan het huishouden.
De appellant voerde aan dat de tweewoningenregel van toepassing was, omdat zijn partner ook ingeschreven stond op een eigen woning in Thailand. De Svb oordeelde echter dat deze regel niet van toepassing was omdat de partner op het adres van appellant stond ingeschreven en daadwerkelijk daar woonde. De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en handhaafde het besluit tot herziening van het pensioen en terugvordering van te veel ontvangen bedragen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde dat de inschrijving van de partner op het adres van appellant en haar bijdrage aan het huishouden voldoende bewijs vormen voor een gezamenlijke huishouding. De uitzonderingen van de tweewoningenregel zijn hier van toepassing, waardoor de herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm terecht is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm blijft van kracht.