Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
5 juli 2022 aan appellante met ingang van 25 juli 2022 een WGA-vervolguitkering op grond van de Wet WIA toegekend.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar een WGA-vervolguitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Zij stelde dat zij meer medische beperkingen heeft dan door het UWV vastgesteld, waardoor zij de functie van medewerker postverzorging (intern) niet kan vervullen.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en beoordeeld of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid juist heeft vastgesteld. Uit medisch onderzoek en de functionele mogelijkhedenlijst blijkt dat de beperkingen door de verzekeringsartsen van het UWV adequaat zijn vastgesteld. De Raad vond geen medische onderbouwing dat droge inkt en papiersnippers voor appellante uitlokkende factoren zijn, ondanks haar verwijzing naar een huisartsenjournaal en patiëntenfolder.
Ook de arbeidskundige beoordeling bevestigde dat de functie van medewerker postverzorging (intern) passend is, omdat de functieomschrijving geen aanwijzingen bevat dat papiersnippers of belastende stoffen in die mate voorkomen dat zij ongeschikt zou zijn. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het besluit van het UWV. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De toekenning van de WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.