ECLI:NL:CRVB:2024:1918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellant vroeg op 24 augustus 2021 een Wajong-uitkering aan vanwege het ontbreken van arbeidsvermogen. Het UWV stelde na onderzoek vast dat appellant op die datum geen arbeidsvermogen had, maar dat deze situatie niet duurzaam was. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant nog basale werknemersvaardigheden kon ontwikkelen, mede gebaseerd op rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn verstandelijke beperking en gedragsproblematiek een stabiel en ongeneeslijk ziektebeeld vormen, waardoor hij duurzaam geen basale werknemersvaardigheden kan ontwikkelen. Hij betwistte de conclusies over mogelijke positieve ontwikkelingen. Het UWV bracht aanvullende rapporten in en verzocht bevestiging van het bestreden besluit.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van arbeidsvermogen op de aanvraagdatum niet duurzaam was, omdat het UWV aannemelijk had gemaakt dat appellant nog mogelijkheden tot ontwikkeling heeft. De Raad volgde de rechtbank in haar motivering en verwierp het hoger beroep. De weigering van de Wajong-uitkering blijft daarmee in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.