ECLI:NL:CRVB:2024:1933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor huurkosten wegens voorzienbare verhuizing
Appellante en haar partner werden begin februari 2020 uit hun woning gezet en vroegen bijzondere bijstand aan voor de kosten van de eerste maand huur en waarborgsom. Het college wees deze aanvraag af omdat de ontruiming en verhuizing voorzienbaar waren, gezien eerdere aanzeggingen en een langlopend conflict met de verhuurder. Appellante had daarom moeten reserveren uit haar Werkloosheidswet-uitkering.
Daarnaast ging het geschil over de ingangsdatum van de toegekende algemene bijstand en de verlaging daarvan wegens het ontbreken van woonlasten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Appellante kon niet aannemelijk maken dat zij zich eerder had gemeld bij het college of onjuist was geïnformeerd.
De Raad oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een terugwerkende kracht van de bijstand rechtvaardigen. Ook de verlaging van de bijstand wegens het ontbreken van woonlasten werd terecht gehandhaafd, aangezien appellante en haar partner dakloos waren en een briefadres hadden.
Het hoger beroep werd afgewezen en appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor huurkosten wordt bevestigd vanwege voorzienbaarheid van de verhuizing.