ECLI:NL:RBOVE:2022:2018
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep bijzondere bijstand en eerdere ingangsdatum bijstandsuitkering wegens voorzienbare verhuizing
Eiseres en haar partner werden op 4 februari 2020 uit hun woning gezet en verbleven daarna tijdelijk bij familie en vrienden. Zij vroegen bijzondere bijstand aan voor de eerste verhuurnota en waarborgsom, en vroegen om een bijstandsuitkering met een eerdere ingangsdatum dan 5 april 2020. Het college wees deze verzoeken af omdat de verhuizing niet plotseling was, maar voorzienbaar, en er geen bijzondere omstandigheden waren die een terugwerkende kracht rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat kosten van de eerste maand huur en waarborgsom in principe uit eigen middelen betaald moeten worden, tenzij bijzondere omstandigheden zoals medische of sociale spoedverhuizing aanwezig zijn. Hier was geen sprake van een acute noodsituatie; de ontruiming was een voorzienbaar gevolg van langdurige procedures. Ook voor de ingangsdatum van de bijstandsuitkering was geen bijzondere reden voor terugwerkende kracht aanwezig, mede omdat eiseres en partner zich pas op 16 april 2020 bij het college meldden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het college het besluit. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Veelen op 14 juli 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van bijzondere bijstand en eerdere ingangsdatum bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.