ECLI:NL:CRVB:2024:1959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering terecht bevestigd ondanks vermoeidheidsklachten na COVID-19
Appellante was sinds september 2020 ziekgemeld met psychische en lichamelijke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 28 oktober 2021, omdat zij meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kon verdienen in passende functies. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar vermoeidheidsklachten na een COVID-19 besmetting haar belastbaarheid onderschatten.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de medische beoordeling voldoende was gemotiveerd. Appellante stelde in hoger beroep dat aanvullende beperkingen moesten worden aangenomen, gebaseerd op rapporten van haar verzekeringsarts.
De Raad oordeelt dat de medische en arbeidskundige beoordelingen van het UWV, inclusief de functionele mogelijkhedenlijst, terecht en inzichtelijk zijn gemotiveerd. De aanvullende beperkingen voorgesteld door appellante zijn niet aannemelijk gemaakt. De functies die het UWV als passend heeft aangemerkt, zijn medisch geschikt voor appellante.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en blijft de beëindiging van de ZW-uitkering per 28 oktober 2021 in stand. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 28 oktober 2021 omdat appellante voldoende belastbaar is voor passende functies.