ECLI:NL:CRVB:2024:2000
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake wettelijke rente over nabetaalde Ziektewetuitkering
Appellant, een verkoper van zonnepanelen, meldde zich ziek en kreeg aanvankelijk geen Ziektewetuitkering (ZW) van het UWV vanwege loondoorbetalingsverplichting van de werkgever. Na bezwaar werd de uitkering alsnog toegekend en aan de werkgever uitbetaald. Appellant vorderde wettelijke rente over de nabetaalde uitkering, maar het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de specificatie geen besluit was. De rechtbank vernietigde dit besluit en wees het verzoek om wettelijke rente af wegens het ontbreken van inkomensschade.
In hoger beroep wijzigde het UWV zijn standpunt en erkende recht op wettelijke rente, waarna appellant het hoger beroep handhaafde en tevens vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van het EVRM vorderde. De Raad oordeelde dat het oorspronkelijke bezwaarbesluit door het nadere besluit van het UWV was ingetrokken, waardoor appellant geen procesbelang meer had bij het hoger beroep en dit niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De Raad beoordeelde verder dat de redelijke termijn niet was overschreden, waardoor het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Wel veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht in hoger beroep, maar wees een hogere wegingsfactor voor kostenvergoeding af wegens het ontbreken van bijzondere complexiteit of omstandigheden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verlies van procesbelang; verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen; UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.