ECLI:NL:CRVB:2024:2021
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante ontving sinds 2010 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2018 stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en beëindigde de uitkering per 17 september 2018. Appellante maakte bezwaar en beroep, stellende dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en haar beperkingen werden onderschat.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde eerder een beslissing van de rechtbank en beval een nieuw onderzoek, waarna het UWV op 30 december 2022 een nieuwe beslissing op bezwaar nam. De Raad oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, mede door een spreekuurcontact met een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een gedetailleerd rapport.
De medische beoordeling bevestigt dat de beperkingen van appellante niet zodanig zijn dat zij recht heeft op een WIA-uitkering. De arbeidskundige beoordeling toont aan dat de geselecteerde functies passend zijn. De Raad wijst het beroep af en verklaart het bestreden besluit gegrond, waardoor de beëindiging van de uitkering in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 17 september 2018.