ECLI:NL:CRVB:2022:1510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WGA-uitkering wegens onvoldoende zorgvuldigheid medisch onderzoek
Appellante, voormalig productiemedewerker, ontving sinds 2010 een WGA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2018 stelde het UWV dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering. De rechtbank verklaarde dit besluit terecht, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar niet heeft gezien voor een spreekuurcontact, ondanks betwisting van de medische grondslag en nieuwe medische informatie. De Raad oordeelt dat een louter dossieronderzoek niet volstaat bij betwisting van de medische feiten en dat het UWV appellante had moeten oproepen voor een spreekuurcontact.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en draagt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot beëindiging van de WGA-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid in het medisch onderzoek.