ECLI:NL:CRVB:2024:2031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep wegens appèlverbod bij misbruik van recht in herzieningsverzoek
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin een verzoek om herziening van een uitspraak op verzet niet in behandeling werd genomen wegens misbruik van recht. De rechtbank had appellant niet in de gelegenheid gesteld om op een zitting te worden gehoord. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde of het appèlverbod doorbroken kon worden om het hoger beroep ontvankelijk te verklaren.
De Raad overwoog dat het appèlverbod op grond van artikel 8:104, tweede lid, Awb geldt voor herzieningsverzoeken zoals in deze zaak. Doorbreking van het appèlverbod is slechts mogelijk bij evidente schending van fundamentele rechtsbeginselen of de procesorde. De rechtbank had het herzieningsverzoek terecht niet inhoudelijk behandeld wegens misbruik van recht, een oordeel dat appellant niet heeft bestreden.
De Raad verwierp het beroep van appellant dat hij op zitting had moeten worden gehoord en dat de bewijslast omgekeerd zou moeten worden. Ook het verzoek om een conclusie van de advocaat-generaal werd afgewezen omdat de enkelvoudige kamer daartoe niet bevoegd is. Gelet op deze overwegingen verklaarde de Raad zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen en wees hij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd wegens appèlverbod en wijst het hoger beroep af.