Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:2059

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 oktober 2024
Publicatiedatum
4 november 2024
Zaaknummer
23/3150 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake een WIA-zaak. Het UWV nam op 14 maart 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Centrale Raad van Beroep om het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Raad stelde vast dat de rechtbank in eerste aanleg al een proceskostenveroordeling had uitgesproken voor het eerdere beroep tegen de beslissing op bezwaar van 28 juli 2022. Daarom moest de Raad zich enkel uitspreken over de kosten die in hoger beroep waren gemaakt.

Op grond van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,- voor verleende rechtsbijstand en het betaalde griffierecht van € 136,-. Er vond geen zitting plaats omdat het hoger beroep was ingetrokken en het UWV geen verweerschrift had ingediend.

De uitspraak werd gedaan door rechter C. Karman en griffier M.D.F. de Moor op 30 oktober 2024.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,- en het griffierecht van € 136,- na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

23/3150 WIA
Datum uitspraak: 30 oktober 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 oktober 2023, 22/4510 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.I. Bal, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 14 maart 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 14 maart 2024 volledig aan haar bezwaren is tegemoetgekomen. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak al een proceskostenveroordeling uitgesproken inzake het beroep, dat was gericht tegen de beslissing op het bezwaar van haar werkgever van 28 juli 2022, en het Uwv veroordeeld tot vergoeding van griffierecht. Daarom moet de Raad alleen nog oordelen over de in hoger beroep gemaakte kosten.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 875,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift) voor verleende rechtsbijstand.
Ook moet het Uwv het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 875,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door C. Karman, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2024.
(getekend) C. Karman
(getekend) M.D.F. de Moor