ECLI:NL:CRVB:2024:2059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake een WIA-zaak. Het UWV nam op 14 maart 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Centrale Raad van Beroep om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat de rechtbank in eerste aanleg al een proceskostenveroordeling had uitgesproken voor het eerdere beroep tegen de beslissing op bezwaar van 28 juli 2022. Daarom moest de Raad zich enkel uitspreken over de kosten die in hoger beroep waren gemaakt.
Op grond van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,- voor verleende rechtsbijstand en het betaalde griffierecht van € 136,-. Er vond geen zitting plaats omdat het hoger beroep was ingetrokken en het UWV geen verweerschrift had ingediend.
De uitspraak werd gedaan door rechter C. Karman en griffier M.D.F. de Moor op 30 oktober 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,- en het griffierecht van € 136,- na intrekking van het hoger beroep.