Uitspraak
15 november 2023, 22/1109 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds april 2020 ziekgemeld en ontving vanaf juni 2020 een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 19 mei 2021 op grond van een beoordeling dat appellant meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kon verdienen in passende functies. Appellant voerde aan dat hij door medische beperkingen niet geschikt was voor deze functies en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht, ook al vond het onderzoek deels telefonisch plaats. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat appellant meerdere keren een fysieke hoorzitting afzegde en dat het UWV voldoende gemotiveerd heeft waarom een telefonisch onderzoek volstond. Daarnaast is geen relevante medische informatie van de cardioloog gemist.
De Raad volgt het UWV in de beoordeling dat appellant, ondanks zijn klachten, geschikt is voor de geselecteerde functies en dat de beperkingen juist zijn vastgesteld. Het hoger beroep wordt verworpen, waardoor de beëindiging van de ZW-uitkering per 19 mei 2021 in stand blijft. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 19 mei 2021 wordt bevestigd.