ECLI:NL:CRVB:2024:2063
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens tijdige indiening gronden
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het hoger beroep niet tijdig waren ontvangen. Namens appellant werd verzet aangetekend tegen deze beslissing.
Bij het verzet werd een bewijs van verzending overgelegd waaruit bleek dat de gronden op 2 april 2024 tijdig bij de Raad waren ingediend via Zivver. Tevens werden de gronden opnieuw ingediend. De Raad concludeerde daarom dat het verzet gegrond was en dat de eerdere niet-ontvankelijkverklaring moest vervallen.
De Raad besloot het onderzoek voort te zetten in de stand waarin het zich bevond voordat de niet-ontvankelijkverklaring werd uitgesproken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd voor het verzet. De uitspraak werd gedaan door rechter J.C. Boeree op 30 oktober 2024 in aanwezigheid van griffier J.M. Labage.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.