ECLI:NL:CRVB:2025:975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant heeft zich ziekgemeld met psychische en fysieke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de uitkering toe te kennen. Appellant betwistte dit en voerde aan dat hij meer beperkingen heeft, waardoor hij de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en vond de medische beoordeling van het UWV overtuigend en navolgbaar. Ook vond de rechtbank dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om de medische beoordeling te betwisten en zag geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige. De arbeidskundige selectie van functies werd als passend beoordeeld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn PTSS en fysieke klachten hem volledig arbeidsongeschikt maken en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende zijn weergegeven. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de rechtbank terecht het besluit van het UWV in stand heeft gelaten. De Raad onderschrijft de medische en arbeidskundige beoordeling en wijst het hoger beroep af. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen WIA-uitkering krijgt wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.