ECLI:NL:CRVB:2024:2125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WIA-uitkering bij 62,42% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het UWV-besluit waarin zijn mate van arbeidsongeschiktheid per 10 januari 2022 werd vastgesteld op 62,42%. Hij stelde dat hij meer medische beperkingen heeft en de geselecteerde functies niet passend zijn. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de belastbaarheid van appellant overtuigend was gemotiveerd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat aanvullende medische klachten en medicatiegebruik onvoldoende waren meegewogen, en dat zijn belastbaarheid was overschat. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld. De Raad onderschrijft de rechtbank in haar oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend zijn.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de aangevallen uitspraak. De toekenning van de WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 62,42% blijft daarmee in stand. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 62,42%.