ECLI:NL:CRVB:2024:2133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering bij 39,42% arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als pasta kok en meldde zich ziek met polsklachten. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 0% vast, maar na bezwaar werd dit verhoogd naar 39,42%, waarna een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische en arbeidskundige beoordelingen van het UWV voldoende waren onderbouwd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij meer beperkingen had en dat de geselecteerde functies niet representatief waren voor de arbeidsmarkt.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat de toekenning van de IVA-uitkering per 30 november 2022 niet leidt tot een ander oordeel over de situatie per 2 maart 2020. De arbeidskundige beoordeling van het UWV werd eveneens bevestigd, waarbij de Raad het CBBS als een betrouwbaar systeem beschouwde.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de toekenning van de WGA-uitkering op basis van 39,42% arbeidsongeschiktheid. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van de WGA-uitkering op basis van 39,42% arbeidsongeschiktheid blijft in stand.