ECLI:NL:CRVB:2024:2159
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid per 30 mei 2019
Appellant, laatstelijk werkzaam als leerling pechhulpmonteur, werd per 30 mei 2019 door het UWV afgewezen voor een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant voerde aan dat hij psychisch en lichamelijk meer beperkt was dan vastgesteld, onderbouwd met een rapport van psychiater Kazemier.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was. De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die aanvullende beperkingen vaststelde, maar het UWV bleef bij haar oordeel dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, gebaseerd op een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidskundig onderzoek.
De Raad volgde het oordeel van de deskundige en het UWV, oordeelde dat het bestreden besluit met voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing was voorzien en verwierp het hoger beroep. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase met één jaar en vijf maanden was overschreden, wat leidde tot een schadevergoeding van €1.500,-, verdeeld over het UWV en de Staat.
Daarnaast werden proceskosten van in totaal €4.375,- en griffierechten toegewezen aan appellant. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en veroordeelde het UWV en de Staat tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering per 30 mei 2019 bevestigd, met toekenning van schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.