ECLI:NL:CRVB:2024:2161
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- A.I. van der Kris
- G.C. Boot
- J.P. Loof
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
De zaak betreft een hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Partijen zijn ter zitting inhoudelijk tot een schikking gekomen, waarbij ook afspraken zijn gemaakt over proceskosten en griffierechten. Er bestaat geen inhoudelijk geschil meer tussen partijen.
Appellant heeft het hoger beroep niet ingetrokken omdat hij een schadevergoeding wenst wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De Raad heeft vastgesteld dat de redelijke termijn met meer dan een half jaar is overschreden, uitsluitend in de rechterlijke fase.
De schadevergoeding van €1.000 wordt daarom geheel voor rekening van de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) gebracht. De Raad heeft het verzoek van appellant tot vergoeding van immateriële schade toegewezen en de Staat veroordeeld tot betaling van dit bedrag.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €1.000 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase.