ECLI:NL:CRVB:2024:2164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens ongewijzigde medische beperkingen
Appellant ontving vanaf 6 april 2020 een Ziektewet-uitkering en werd na een eerstejaars ZW-beoordeling per 22 juni 2021 als geschikt beschouwd voor andere functies dan zijn laatste werk. Het UWV beëindigde daarop de ZW-uitkering en kende een WW-uitkering toe. Appellant meldde zich opnieuw ziek met psychische klachten, waarna het UWV een nieuwe ZW-uitkering weigerde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de klachten en belastbaarheid ongewijzigd waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er geen rekening was gehouden met zijn isolement, taalbarrière en schouderklachten.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen niet waren toegenomen en dat de schouder- en stemmingsklachten in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren verwerkt. De behandelovereenkomst uit 2023 kon niet worden teruggeprojecteerd naar 2021. Het hoger beroep faalde, waardoor de weigering van de ZW-uitkering werd bevestigd en appellant geen proceskostenvergoeding kreeg.
Uitkomst: De weigering van de Ziektewet-uitkering per 24 juni 2021 wordt bevestigd omdat de medische beperkingen niet zijn toegenomen.