ECLI:NL:CRVB:2024:2224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning AOW-pensioen naar gehuwdennorm ondanks apart leven
Appellant heeft op 6 augustus 2022 een AOW-pensioen aangevraagd waarbij hij aangaf gehuwd te zijn maar sinds 2017 apart te leven van zijn echtgenote. De Sociale verzekeringsbank (Svb) startte een onderzoek en concludeerde dat er geen sprake is van duurzaam gescheiden leven. Op 24 februari 2023 kende de Svb het AOW-pensioen toe naar de gehuwdennorm, wat door appellant werd aangevochten.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de Svb. Appellant stelde dat er slechts een financiële verstrengeling is door een alimentatiebetaling en sporadisch contact, maar de Raad oordeelde dat dit onvoldoende is om van duurzaam gescheiden leven te spreken.
De Raad benadrukte dat duurzaam gescheiden leven vereist dat beide echtgenoten een eigen leven leiden alsof ze niet gehuwd zijn, en dat ten minste één van hen de situatie als blijvend bedoelt. Gezien de gezamenlijke bankrekening, het contact via telefoon en internet, gezamenlijke etentjes en het feit dat appellant een sleutel van de woning van zijn echtgenote heeft, is niet voldaan aan deze voorwaarden.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waardoor het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm blijft toegekend. Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen blijft toegekend naar de gehuwdennorm.