ECLI:NL:CRVB:2024:2263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 66,65% door UWV
Appellante was administratief medewerker en meldde zich ziek met lichamelijke klachten. Het UWV stelde na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 66,65%. Appellante betwistte deze vaststelling en voerde aan dat zij meer beperkingen heeft, waardoor zij de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en verwierp het bezwaar dat appellante niet op spreekuur was onderzocht. De verzekeringsarts beschikte over voldoende medische gegevens om een oordeel te vormen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep voerde appellante aan dat een aanvullende beperking op het gebied van prikkelgevoeligheid niet was meegenomen. De Raad concludeerde echter dat deze beperking medisch niet noodzakelijk was en dat de geselecteerde functies geschikt blijven. Het hoger beroep werd verworpen en de toekenning van de WIA-uitkering met 66,65% arbeidsongeschiktheid bleef gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage van 66,65% terecht heeft vastgesteld en wijst het hoger beroep af.