ECLI:NL:CRVB:2024:2296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering vanwege psychische klachten en andere beperkingen, maar het UWV concludeerde na onderzoek dat zij arbeidsvermogen heeft. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is en in staat is een uur aaneengesloten te werken.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onvoldoende zijn meegewogen en dat zij niet over basale werknemersvaardigheden beschikt. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV en de rechtbank zorgvuldig hebben gemotiveerd waarom appellante niet voldoet aan de criteria voor het ontbreken van arbeidsvermogen.
De Raad benadrukt dat het oordeel over arbeidsvermogen op de datum van de aanvraag (28 februari 2022) is gebaseerd en dat eerdere periodes alleen relevant zijn indien op die datum geen arbeidsvermogen zou zijn vastgesteld. Omdat het UWV aannemelijk heeft gemaakt dat appellante op die datum arbeidsvermogen had, wordt het hoger beroep afgewezen en blijft de weigering van de Wajong-uitkering in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante op de datum van aanvraag over arbeidsvermogen beschikt.