ECLI:NL:CRVB:2024:2304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering starterskrediet aan arbeidsgehandicapte zelfstandig juridisch adviseur
Appellant, die sinds 2009 een Wajong-uitkering ontvangt, vroeg het UWV meerdere keren om een starterskrediet voor het starten van een eigen juridisch adviesbedrijf. Het UWV wees de aanvragen af vanwege schulden, beslaglegging en vooral omdat arbeidsdeskundigen en verzekeringsartsen concludeerden dat appellant niet geschikt is voor zelfstandig juridisch advieswerk vanwege zijn beperkingen, zoals sociaal en persoonlijk functioneren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de laatste afwijzing ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld, stukken had achtergehouden en dat zijn bedrijfsplan levensvatbaar was. Ook stelde hij dat het UWV onterecht zijn aanvraag als herhaalde aanvraag beschouwde en dat hij recht had op het krediet.
De Raad oordeelde dat het UWV binnen zijn beoordelingsruimte heeft gehandeld en dat het onderzoek zorgvuldig was. De medische en arbeidskundige rapporten ondersteunen het oordeel dat zelfstandig juridisch advieswerk voor appellant geen reële optie is. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en op nieuwe feiten slaagt niet. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellant een starterskrediet toe te kennen.