ECLI:NL:CRVB:2024:2310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, die sinds 2000 een WAO-uitkering ontvangt vanwege psychische klachten, betwistte de verlaging van haar uitkering per 22 september 2022. Het UWV verlaagde de uitkering op basis van een medische beoordeling, inclusief een onderzoek door een arts in Turkije en een psychiater, en een arbeidsdeskundig rapport waarin werd vastgesteld dat appellante haar eigen werk niet meer kon verrichten en zij 28,04% arbeidsongeschikt was.
Na bezwaar en beroep bevestigden verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de beperkingen, waaronder een aanvullende beperking voor knielen en hurken vanwege slijtage aan de linkerknie. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat het UWV de arbeidsdeskundige voldoende had gemotiveerd om de functies nog passend te achten.
Appellante voerde aan dat haar psychische klachten en knieproblemen waren toegenomen, maar de Raad onderschreef het oordeel van de verzekeringsartsen dat er geen sprake was van een substantiële verslechtering. De arbeidskundige selectie van functies werd eveneens als passend beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de verlaging van de WAO-uitkering rechtsgeldig bleef. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering per 22 september 2022 als terecht.