ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, arbeidsongeschikt verklaard wegens rug- en bekkenklachten, kreeg haar WAO-uitkering herzien van 80-100% naar 25-35% en later naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Dit gebeurde na medisch onderzoek door een Oostenrijkse arts en een Nederlandse arts, en een arbeidskundig onderzoek dat bepaalde dat zij nog functies kon vervullen met een verlies aan verdiencapaciteit van 34,85%.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar fibromyalgie en pijnklachten, dat de artsen niet als verzekeringsarts geregistreerd waren, en dat zij onjuist was geïnformeerd over haar aanwezigheid bij de rechtbankzitting. De Raad overwoog dat de Oostenrijkse arts vanwege het gemeenschapsrechtelijk stelsel niet als verzekeringsarts geregistreerd hoeft te zijn en dat de medische beoordeling zorgvuldig en uitgebreid was, mede bevestigd door een geregistreerde bezwaarverzekeringsarts.
De Raad verwierp het beroep van appellante, oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen voldoende waren en dat er geen aanleiding was voor een onafhankelijk medisch deskundigenonderzoek. Ook de klacht over verkeerde informatie over de zitting werd afgewezen, omdat appellante voldoende gelegenheid had gehad haar standpunt toe te lichten.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering op basis van voldoende medische en arbeidskundige grondslag.