ECLI:NL:CRVB:2024:2329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering dubbele kinderbijslag wegens onvoldoende intensieve zorg
Deze zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de beslissing van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om vanaf het tweede kwartaal van 2020 geen dubbele kinderbijslag toe te kennen. Het CIZ-advies, dat ten grondslag ligt aan deze beslissing, concludeerde dat de zoon van appellante geen intensieve zorg behoeft zoals vereist volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
Appellante stelde dat het CIZ-advies onzorgvuldig tot stand kwam, onder meer omdat haar zoon nooit persoonlijk door een arts of deskundige is onderzocht en dat relevante medische informatie onvoldoende is meegewogen. Tevens voerde zij aan dat het vertrouwensbeginsel is geschonden omdat zij eerder dubbele kinderbijslag ontving op basis van een positief CIZ-advies.
De Raad oordeelde dat het CIZ-advies zorgvuldig tot stand is gekomen, dat het dossier alle relevante informatie bevatte en dat het niet noodzakelijk was de zoon persoonlijk te onderzoeken. Ook werd onvoldoende geconcretiseerd welke informatie onderschat was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de Svb geen redelijke verwachtingen heeft gewekt en bevoegd was het eerdere besluit te herzien. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van dubbele kinderbijslag wordt bevestigd.