ECLI:NL:CRVB:2024:2345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken jonggehandicapte status binnen vijf jaar na achttiende verjaardag
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan, die het Uwv in 2015 weigerde vanwege arbeidsvermogen. Een nieuwe aanvraag in 2020 werd eveneens afgewezen omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was en niet binnen vijf jaar na haar achttiende verjaardag was ontstaan.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat medische gegevens geen bewijs leverden dat appellante op haar achttiende verjaardag jonggehandicapt was of dat er sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen de relevante periode.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische en fysieke klachten al eerder bestonden en dat de rechtbank onterecht haar aanvraag afwees. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat het Uwv terecht het eerdere besluit handhaafde, omdat het verlies van arbeidsvermogen pas na de relevante periode ontstond en door een andere ziekteoorzaak werd veroorzaakt.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Appellante krijgt geen Wajong-uitkering en geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante niet binnen vijf jaar na haar achttiende verjaardag jonggehandicapt is geworden.