ECLI:NL:RBZWB:2023:8394
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na 18e jaar
Eiseres heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarvan de eerste aanvraag in 2015 werd afgewezen. Na een bedrijfsongeval in 2016 en een daaropvolgende periode van arbeidsongeschiktheid, diende zij in 2020 opnieuw een aanvraag in. Het UWV weigerde deze aanvraag op grond van het ontbreken van toegenomen beperkingen binnen de zogenaamde Amberperiode, de periode van vijf jaar na haar 18e verjaardag.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) concludeerde dat hoewel eiseres op het moment van beoordeling geen arbeidsvermogen had, dit niet duurzaam was en bovendien het ontbreken van arbeidsvermogen pas vanaf 1 juli 2020 bestond, wat buiten de Amberperiode valt. Eiseres stelde dat zij geen arbeidsvermogen kan ontwikkelen en dat haar belastbaarheid onvoldoende was onderzocht, maar leverde geen nieuwe medische informatie die het oordeel van de verzekeringsarts kon weerleggen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig en volledig had onderzocht en voldoende had gemotiveerd waarom het eerdere besluit niet werd herzien. Omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet binnen de Amberperiode viel en voortkwam uit een andere ziekteoorzaak dan die op haar 18e jaar, was er geen recht op een Wajong-uitkering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de weigering van het UWV om een Wajong-uitkering toe te kennen blijft in stand.