ECLI:NL:CRVB:2024:2349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep studiefinanciering Unieburger
Appellante, een Unieburger, vroeg studiefinanciering aan voor haar studie aan een onderwijsinstelling, maar haar aanvragen werden aanvankelijk afgewezen vanwege het niet voldoen aan de nationaliteitsvoorwaarde. Na bezwaar en nadere stukken toegekende de minister alsnog studiefinanciering vanaf april 2020 tot januari 2023.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk omdat appellante geen belang meer had nu de minister positief had beslist. Ook het verzoek om loskoppeling werd door de rechtbank buiten beschouwing gelaten omdat dit niet ter discussie stond.
Appellante stelde dat de rechtbank onterecht het verzoek om loskoppeling niet had betrokken en dat de bestuurlijke lus bij de proceskostenvergoeding niet was meegenomen. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit was genomen na heroverweging en dat het beroep terecht niet-ontvankelijk was verklaard. De proceskostenvergoeding was correct vastgesteld.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De minister had niet tegen de overwegingen van de rechtbank geprotesteerd, waardoor het belang van appellante bij inhoudelijke beoordeling ontbrak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat de minister de studiefinanciering inmiddels heeft toegekend en appellante geen belang meer heeft.