Uitspraak
De conclusie is dat het hoger beroep niet slaagt. Appellante krijgt daarom geen vergoeding voor haar proceskosten en het griffierecht.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand als alleenstaande sinds 2007. Na een anonieme tip startte de gemeente Almere een onderzoek naar mogelijke gezamenlijke huishouding met X, waarbij waarnemingen, waterverbruik en een gehoor plaatsvonden. Het college trok de bijstand in en vorderde kosten terug over de periode 5 april 2022 tot 31 augustus 2022.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. In hoger beroep stond centraal of appellante gehouden kon worden aan haar verklaring dat zij samenwoonde met X en of zij gezamenlijk hoofdverblijf hadden in haar woning. Appellante stelde dat zij onder druk stond en het verslag van het gehoor onjuist was.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij onder druk stond of de tolk niet begreep. Zij had het verslag zonder voorbehoud ondertekend. Haar verklaring dat zij vanaf 2014 samenwoonde met X en hierover eerder had gelogen, bood samen met andere onderzoeksbevindingen voldoende feitelijke grondslag voor het gezamenlijke hoofdverblijf.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit van intrekking en terugvordering van bijstand. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd omdat appellante samenwoonde met X en hun hoofdverblijf in dezelfde woning was.