ECLI:NL:CRVB:2024:2405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- S. Wijna
- J.P. Loof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming loonkosten op grond van NOW-1 wegens ontbreken startende onderneming
Appellant, eigenaar van een lunchroom en chocolaterie, startte op 1 juni 2019 een nieuwe onderneming waarin zijn eerdere activiteiten werden voortgezet en uitgebreid. Hij behield daarbij zijn KvK-nummer en loonheffingsnummer. Hij vroeg een tegemoetkoming in loonkosten aan op grond van de NOW-1, maar de minister wees deze af omdat het omzetverlies minder dan 20% bedroeg, waarbij de referentieperiode het kalenderjaar 2019 was.
Appellant stelde dat de referentieperiode moest worden berekend vanaf 1 juni 2019, omdat hij een nieuwe onderneming was gestart, wat zou leiden tot een hoger omzetverlies. De rechtbank oordeelde echter dat geen sprake was van een startende onderneming, mede vanwege het voortzetten van het KvK-nummer en het feit dat de bedrijfsactiviteiten feitelijk werden voortgezet. Ook vond de rechtbank de terugvordering van het voorschot niet onevenredig.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad voegde toe dat appellant zijn stelling over een overgang van een economische eenheid onvoldoende had onderbouwd. Het hoger beroep werd afgewezen, waardoor de afwijzing van de tegemoetkoming en de terugvordering van het voorschot in stand blijven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de tegemoetkoming en terugvordering van het voorschot blijven in stand.