ECLI:NL:CRVB:2024:2423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voortzetting ZW-uitkering werknemer per 1 mei 2020 met vergoeding wegens redelijke termijnoverschrijding
In deze zaak staat de voortzetting van een Ziektewetuitkering (ZW) per 1 mei 2020 centraal. Het UWV heeft op grond van verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige onderzoeken geconcludeerd dat werknemer met de geselecteerde functies meer dan 65% van zijn oorspronkelijke loon kan verdienen. Appellante, Sligro Food Group Nederland B.V., betwistte dit en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met haar belangen en dat er geen adequaat onderzoek had plaatsgevonden.
De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak van 17 januari 2022 waarin werd vastgesteld dat werknemer vanwege frequente toiletbezoeken een substantieel deel van de werkdag niet beschikbaar is. Dit oordeel, samen met de reeds aanwezige medische rapporten, biedt volgens de Raad voldoende grondslag voor voortzetting van de ZW-uitkering.
Appellante vordert tevens een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad stelt vast dat de totale procedure ruim vier jaar heeft geduurd, waarbij de overschrijding van bijna vier maanden volledig aan het UWV kan worden toegerekend. De immateriële schadevergoeding wordt vastgesteld op € 500,- en het UWV wordt ook veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 437,50.
De Raad verklaart het beroep ongegrond, bevestigt de voortzetting van de ZW-uitkering en veroordeelt het UWV tot de genoemde vergoedingen. Appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten van het hoofdgeding omdat het beroep niet slaagt.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van € 500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.