ECLI:NL:CRVB:2024:243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bruikleenauto Wmo 2015 wegens passende voorziening rolstoeltaxi
Appellant, lijdend aan een progressieve vorm van Multiple Sclerose en rolstoelgebonden, vroeg op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening aan in de vorm van een bruikleenauto. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af, omdat een financiële tegemoetkoming voor een commerciële rolstoeltaxi als passende voorziening werd gezien.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, stellende dat de financiële tegemoetkoming onvoldoende was en dat de rolstoeltaxi niet betrouwbaar was en niet kon stoppen onderweg, wat gezien zijn slikproblemen noodzakelijk zou zijn.
De Raad oordeelde dat appellant zijn beroepsgronden onvoldoende had onderbouwd. De tegemoetkoming is bedoeld voor vervoer binnen Amsterdam en ziekenhuisritten worden door de zorgverzekeraar vergoed. Klachten over de rolstoeltaxi werden niet concreet gemaakt. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waardoor het hoger beroep werd afgewezen en appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot afwijzing van de bruikleenauto blijft in stand.