ECLI:NL:CRVB:2024:2431

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 december 2024
Publicatiedatum
6 januari 2025
Zaaknummer
24/685 WIA-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, zevende lid AwbArt. 8:108, eerste lid Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard wegens verschoonbare termijnoverschrijding bij griffierechtbetaling

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, maar dit werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald.

Appellante deed hiertegen verzet, dat op 11 november 2024 werd behandeld. Tijdens de zitting verscheen appellante, terwijl het UWV zich niet liet vertegenwoordigen.

De Raad oordeelde dat de overschrijding van de betalingstermijn verschoonbaar was vanwege overmacht, veroorzaakt door de penibele financiële situatie van appellante. Er was geen sprake van verwijtbaarheid. Daarom werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring verviel en het onderzoek werd voortgezet in de oorspronkelijke stand.

Er werd geen veroordeling in de proceskosten opgelegd gezien de omstandigheden.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet; de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 december 2024
24/685 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 14 december 2023, 23/2913 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 11 juli 2024 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 11 november 2024.
Appellante is verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 11 juli 2024 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het griffierecht te laat is betaald.
Hetgeen appellante ter zitting naar voren heeft gebracht, heeft de Raad ervan overtuigd dat de overschrijding van de voor de betaling van het griffierecht gestelde termijn verschoonbaar moet worden geacht. Van verwijtbaarheid van appellante is geen sprake. Veeleer is sprake van overmacht als gevolg van haar penibele financiële situatie.
Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 11 juli 2014 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet bestaat, gelet op de gang van zaken, geen grond.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.G. Okhuizen, in tegenwoordigheid van F. Sporrel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 december 2024.
(getekend) E.C.G. Okhuizen
(getekend) F. Sporrel