ECLI:NL:CRVB:2024:2447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor verhuiskosten en duurzame gebruiksgoederen wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, een bijstandsgerechtigde, diende aanvragen in voor bijzondere bijstand voor verhuiskosten en duurzame gebruiksgoederen. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees deze aanvragen af omdat het ging om algemeen noodzakelijke kosten die uit het inkomen op bijstandsniveau betaald moeten worden, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar medische en financiële situatie zodanig bijzonder was dat zij niet kon reserveren voor deze kosten. De Raad beoordeelde dit en stelde vast dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat zij door bijzondere omstandigheden niet kon reserveren.
De Raad wees erop dat het enkele feit van een inkomen op bijstandsniveau niet volstaat en dat de vaststelling van geen afloscapaciteit door de Gemeentelijke Kredietbank niet zonder meer betekent dat er geen ruimte was om te reserveren. Ook werden medische omstandigheden niet aannemelijk gemaakt. Daarom concludeerde de Raad dat er geen bijzondere omstandigheden waren en bevestigde de afwijzing van de bijzondere bijstand.
De Raad liet het bestreden besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank in stand en wees het hoger beroep af. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een gedegen onderbouwing van bijzondere omstandigheden bij aanvragen bijzondere bijstand voor kosten die als algemeen noodzakelijk worden beschouwd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvragen om bijzondere bijstand wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.