ECLI:NL:CRVB:2024:2462

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
11 maart 2025
Zaaknummer
22/374 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
ParticipatiewetAlgemene ouderdomswetAlgemene BijstandswetWet werk en bijstand
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking bijstand na bereiken AOW-leeftijd ondanks betwisting schadevergoeding

Appellant ontvangt sinds april 1995 bijstand omdat hij bijstandbehoevend was. Op 15 juli 2020 heeft het college besloten de bijstand per 1 juli 2020 in te trekken, omdat appellant de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en recht heeft op een pensioen op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW).

De rechtbank Limburg heeft dit besluit op 4 januari 2022 bevestigd door het beroep ongegrond te verklaren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de bijstand als schadevergoeding was verstrekt en daarom ook na het bereiken van de AOW-leeftijd zou moeten worden voortgezet.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat uit de stukken geen aanwijzing blijkt dat de bijstand als schadevergoeding is toegekend. De bijstand werd verstrekt op grond van de Algemene Bijstandswet, de Wet werk en bijstand en de Participatiewet omdat appellant bijstandbehoevend was. De AOW is een voorliggende voorziening die het recht op bijstand uitsluit vanaf het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Omdat het hoger beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt appellant het betaalde griffierecht niet terug en is een kostenvergoeding niet aan de orde.

Uitkomst: De intrekking van de bijstand na het bereiken van de AOW-leeftijd wordt bevestigd omdat de bijstand niet als schadevergoeding is toegekend.

Uitspraak

22.374 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 4 januari 2022, 20/2425 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te Venlo (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Venlo (college)
Datum uitspraak: 5 november 2024
Zitting hebben: P.W. van Straalen als voorzitter en W.F. Claessens en W.A. Timmer als leden
Griffier: N. Benhaddou
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 5 november 2024. Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellant ontving sinds april 1995 bijstand, laatstelijk op grond van de Participatiewet (PW).
Met een besluit van 15 juli 2020, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 26 augustus 2020 (bestreden besluit), heeft het college de bijstand van appellant ingetrokken vanaf 1 juli 2020. Aan deze besluitvorming ligt ten grondslag dat appellant op 1 juli 2020 de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en vanaf dat moment recht heeft op een pensioen op grond van de Algemene ouderdomswet. Omdat dit ten opzichte van de bijstand een voorliggende voorziening is, had hij per die datum geen recht op bijstand.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Appellant voert in het hoger beroep kort gezegd aan dat de bijstand is verstrekt als schadevergoeding en deze vergoeding ook na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd moet worden voortgezet. Deze grond slaagt alleen al niet omdat de stukken geen enkel aanknopingspunt bieden voor het standpunt van appellant dat de bijstand is toegekend als schadevergoeding. Appellant heeft sinds april 1995 bijstand ontvangen op grond van de Algemene Bijstandswet, de Wet werk en bijstand en de PW, omdat hij bijstandbehoevend was, en niet als enige vorm van schadevergoeding.
Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellant het door hem betaalde griffierecht niet terug en is ook een kostenvergoeding niet aan de orde.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter van de meervoudige kamer
De griffier is verhinderd te ondertekenen(getekend) P.W. van Straalen