ECLI:NL:CRVB:2024:337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Appellant ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding met longklachten in augustus 2019. Het UWV beëindigde deze uitkering per 7 februari 2021 omdat appellant meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kon verdienen in passende functies. Appellant maakte bezwaar en beroep, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ondanks dat appellant niet fysiek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep was onderzocht.
Appellant stelde in hoger beroep dat het ontbreken van een fysiek onderzoek en het niet opvragen van medische informatie bij behandelaren het besluit onzorgvuldig maakte. De Centrale Raad van Beroep volgde dit niet. De Raad stelde vast dat de primaire arts appellant uitgebreid had onderzocht en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep appellant telefonisch had gesproken en alle relevante medische informatie had betrokken.
De Raad bevestigde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst van 20 juli 2020 een juiste weergave van de beperkingen van appellant bevatte. De arbeidsdeskundige had op basis hiervan passende functies geselecteerd die medisch geschikt waren. Het hoger beroep werd verworpen, de beëindiging van de ZW-uitkering bleef in stand en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 7 februari 2021 na zorgvuldige beoordeling.