ECLI:NL:CRVB:2024:350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan, maar het UWV weigerde deze omdat hij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij een spreekuurcontact niet noodzakelijk werd geacht vanwege het tijdsverloop van circa 24 jaar.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de verzekeringsarts ten onrechte geen spreekuuronderzoek had gedaan en dat zijn beperkingen, waaronder PTSS en cognitieve stoornissen, onvoldoende waren meegewogen. Ook stelde hij dat de arbeidsdeskundigen geen rekening hadden gehouden met psychodiagnostische gegevens.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht minder dan 25% arbeidsongeschiktheid vaststelde op basis van de AAW. De medische beoordeling was zorgvuldig en het ontbreken van een spreekuurcontact was gerechtvaardigd gezien het tijdsverloop. De PTSS-diagnose dateert van na de beoordelingsperiode en leidt niet tot een andere conclusie. Ook het arbeidskundig onderzoek was zorgvuldig en de functies waren passend.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid.