ECLI:NL:CRVB:2015:1400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering AAW-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing beperkingen
Appellant, geboren in 1972, diende in 2011 een aanvraag in op grond van de Wet Wajong, die vanwege zijn geboortejaar beoordeeld moest worden aan de hand van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). Het UWV stelde beperkingen vast op basis van beschikbare medische gegevens en wees de aanvraag af omdat appellant naar oordeel van het UWV in staat was meer dan 75% van het minimumloon te verdienen.
De rechtbank oordeelde dat de medische gegevens en het onderzoek van de verzekeringsarts voldoende waren en vernietigde het bezwaarbesluit van het UWV. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door ADHD en PTSS op jonge leeftijd ernstiger beperkt was dan aangenomen, maar kon dit niet onderbouwen met objectief-medische gegevens.
De Raad overwoog dat appellant het risico had genomen door ruim 20 jaar na de gestelde arbeidsongeschiktheid pas een aanvraag in te dienen, waardoor medische gegevens uit die tijd niet meer beschikbaar waren. De levensgeschiedenis van appellant en recente medische informatie boden geen voldoende grondslag voor een ander oordeel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep, waarmee de weigering van de AAW-uitkering stand hield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de AAW-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing van beperkingen op jonge leeftijd.