ECLI:NL:CRVB:2024:356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening WAO-dagloon uit 1997 wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om herziening van het in 1997 vastgestelde WAO-dagloon, stellende dat het oorspronkelijke dagloon te laag was vastgesteld. Zij overhandigde een arbeidsovereenkomst uit 1992 en een loonstrook uit 1996 als bewijs van een hoger loon.
Het UWV en de rechtbank oordeelden dat deze stukken geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat deze documenten al eerder beschikbaar waren en niet eerder waren ingediend. Tevens ontbrak nadere onderbouwing zoals loonstroken over de referteperiode.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt dat het tijdsverloop en het ontbreken van aanvullende bewijsstukken maken dat het oorspronkelijke besluit niet evident onjuist of onredelijk is. Het verzoek om herziening wordt daarom afgewezen en de eerdere uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht weigert het in 1997 vastgestelde WAO-dagloon te herzien wegens ontbreken van nieuwe feiten.