ECLI:NL:CRVB:2015:918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening dagloon en maatmaninkomen bij WAO-uitkering
Appellant, sinds 1989 arbeidsongeschikt, verzocht het Uwv om herberekening van zijn dagloon en maatmaninkomen over de periode 1990-1994. Het Uwv wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging bij de rechtbank en daarna hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek een herzieningsverzoek betrof op grond van artikel 4:6 Awb Pro en dat appellant onvoldoende nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd om het oorspronkelijke besluit te herzien. De Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat nieuw gebleken feiten of omstandigheden noodzakelijk zijn om terug te komen op een eerder besluit.
Appellant stelde dat zijn loon onjuist was vastgesteld vanwege niet verwerkte loonsverhogingen en periodieken. De Raad concludeert dat de loonsverhoging per 1 september 1992 conform de gebruikelijke werkwijze vanaf 1 januari 1993 is doorgevoerd en dat toeslagen en periodieken buiten het dagloon vielen. Tevens is geen fout in de berekening van het maatmaninkomen gebleken.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het dagloon en maatmaninkomen wordt afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor onjuistheid.