ECLI:NL:CRVB:2024:386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toelating tot vrijwillige AOW-verzekering wegens niet tijdige aanvraag
Appellante, geboren in 1954 in Bulgarije, heeft vanaf 2007 met tussenpozen in Nederland gewerkt en was daardoor verplicht verzekerd voor de AOW. Na het bereiken van haar pensioengerechtigde leeftijd in juli 2020, verzocht zij in juni 2021 om vrijwillige verzekering voor een periode voorafgaand aan haar verplichte verzekering. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat de aanvraag niet tijdig was ingediend, zoals vereist in de AOW.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij niet tijdig was geïnformeerd door de Svb over de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering en dat haar niet tijdige aanvraag daarom verschoonbaar was. De Raad oordeelde echter dat de Svb geen rechtsplicht heeft om uit eigen beweging te informeren en dat appellante voldoende tijd had om kennis te nemen van de relevante wetgeving. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Appellante wordt niet toegelaten tot de vrijwillige verzekering voor de AOW en krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 februari 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van toelating tot de vrijwillige AOW-verzekering blijft in stand.